STAND STILL-VERPLICHTING

Een nieuwe steunmaatregel die bij de Europese Commissie moet worden gemeld, mag op grond van de laatste zin van artikel 108 lid 3 VWEU door de lidstaat niet tot uitvoering worden gebracht voordat de Europese Commissie over deze nieuwe steunmaatregel een beslissing heeft genomen. Deze zogenaamde “stand still” verplichting geldt niet alleen voorafgaand aan de melding, maar gedurende de gehele meldingsprocedure. [HvJ EG 11 juli 1996 (SFEI) in zaak C-39/94, ro 44 en artikel 3 Verordening 2015/1589]

De stand still verplichting is rechtstreeks van toepassing. Bij de nationale rechter kunnen particulieren een beroep op schending ervan doen. [HvJ EG 11 december 1973 (Lorenz) zaak 120/73 EG ro 8] Het doel van artikel 108 lid 3 VWEU is namelijk om te voorkomen dat er steunmaatregelen worden ingevoerd die strijdig zijn met de Europese regels. [HvJ EG 26 januari 2003 (Duitsland – Commissie) in zaak C-334/99, ro 49]

In geval bij de nationale rechter een beroep wordt gedaan op schending van de stand still verplichting, wordt van de nationale rechter verlangd dat hij aan een dergelijke miskenning van het gemeenschapsrecht overeenkomstig zijn nationale recht alle consequenties verbindt om justitiabelen die zich hierop kunnen beroepen effectieve rechtsbescherming te bieden. Hierbij kan worden gedacht aan het beperken van de geldigheid van handelingen tot uitvoering van de betrokken steunmaatregel, terugvordering van in strijd met de stand still verplichting verleende steun en het treffen van voorlopige maatregelen. [HvJ EG 21 november 1991 (FNCE) zaak C-354/90, ro 12]

Op het moment echter dat de Europese Commissie heeft besloten om een formeel onderzoek [HYPERLINK NAAR HET FICHE OVER ‘FORMEEL ONDERZOEK’] te beginnen, staat het de nationale rechter niet meer vrij om vast te stellen dat deze maatregel geen meldingsplichtige staatssteun vormt. De nationale rechter moet daarentegen alle maatregelen nemen die noodzakelijk zijn om er voor te zorgen dat een begunstigde onderneming niet vrijelijk kan blijven beschikken over de steun die is verstrekt in het kader van een mogelijke steunmaatregel die in strijd met de standstill-verplichting reeds is uitgevoerd. Indien de nationale rechter twijfelt aan het voorlopige oordeel van de Commissie, kan de Commissie om opheldering worden gevraagd. Ook kan de nationale rechter een prejudiciële vraag stellen aan het Hof van Justitie. [HvJ EU 21 november 2013 (Deutsche Lufthansa) in zaak C-284/12, ro 41]

Ook een steunmaatregel die in strijd met de stand still verplichting is geïmplementeerd, kan nog steeds worden gemeld. Als de Europese Commissie tot de conclusie komt dat de alsnog gemelde maatregel kwalificeert als meldingsplichtige staatssteun, merkt de Europese Commissie meestal op dat de stand still verplichting is geschonden. Desalniettemin moet de Europese Commissie in voorkomend geval onderzoeken of de steunmaatregel verenigbaar is met de interne markt. [Commissie EU 19 juni 2017 (HŽ Cargo) staatssteunzaak SA.39877, randnrs. 40-41]

Voorbeelden uit de Nederlandse praktijk:

Verder lezen: