… BEPERKING VAN DE MEDEDINGING

Door het voordeel wordt de positie van een onderneming ten opzichte van andere concurrerende ondernemingen in het intracommunautaire handelsverkeer versterkt. [HvJ EG 17 september1980 (Philip Morris) zaak 730/79, ro 11]

Vervalsing van de mededinging hoeft slechts aannemelijk te zijn:

  • er is géén ondergrens [GEA 29 september 2000 (CETM) in zaak T-55/99 ro 92]
  • de mededinging hoeft niet merkbaar te worden beperkt [HvJ EG 29 april 2004 (Italië – Commissie) zaak C-298/00, ro 49]
  • de Europese Commissie hoeft de (potentiële) vervalsing van de mededinging niet te bewijzen [GEA 15 juni 2005 (Regione autonoma della Sardegna) zaak T-171/02 ro 85]
  • Het bestaan van een effect op de mededinging mag echter niet louter op een veronderstelling berusten, noch zonder meer worden aangenomen. Op basis van de voorzienbare gevolgen van de maatregel moet worden vastgesteld waarom de maatregel de mededinging vervalst of dreigt te vervalsen. [Gerecht 6 juli 1996 (AITEC) gevoegde zaken T-447/93, T-448/93 en T-449/93, ro 141 en Commissie EU 29 april 2015 (Haven Lauwersoog) randnr. 23]

Verder lezen: