… VERSCHAFFING VAN EEN VOORDEEL

Het begrip “voordeel” ziet niet alleen op positieve prestaties zoals subsidies, maar heeft een algemenere strekking en ziet ook op maatregelen welke, in verschillende vormen, de lasten verlichten, die normaal op het budget van een onderneming drukken en daardoor van gelijke aard zijn en tot identieke gevolgen leiden. [HvJ EG 15 maart 1994 (Banco Exterior) zaak C-387/92 ro 13]

Het voordeel kan dus bestaan uit het verschaffen van geld in vele uiteenlopende vormen of uit een voordeel in natura. Hierbij kan onder andere worden gedacht aan:

  • subsidies en schenkingen [Commissie EU 11 februari 2011 in staatssteunzaak NN 7/2007 (Steun voor de milieukeur) rdnr. 7 en 35]
  • achtergestelde leningen, gegarandeerde leningen of terug te betalen voorschotten [Commissie EU 6 december 2006 (Techspace Aero) in staatssteunzaak C28/2006, rdnr. 14 + 28]
  • zachte leningen [Commissie EU 15 december 2009 (Monumentbescherming) in staatssteunzaak N 606/2009, rdnr. 7 + 16]
  • het geven van garanties voor bij banken aangegane leningen [HvJ EG 8 maart 2011 (Residex) zaak C-275/10]
  • deelnemingen in het aandelenkapitaal van de onderneming [HvJ EG 21 maart 1991 (Alfa Romeo) in zaak C-305/89]
  • kwijtschelding van verschuldigde belastingen [Commissie EU 10 maart 2009 in staatssteunzaak N 457/2008 (Reductie van de tonnagebelasting) rdnr. 35]
  • kwijtschelding van schulden [Commissie EU 28 november 2007 (Bataviawerf) in staatssteunzaak N 377/2007, rdnr 5 en 15]
  • hanteren van speciale tarieven voor energielevering [HvJ EG 2 februari 1988 (Gasunie) gevoegde zaken 67, 68 en 70/85, ro 35]
  • hanteren van lagere prijzen voor gebouwen en grond [Commissie EU 23 januari 2013 (Leidschendam) in staatssteunzaak SA.24123]
  • meer producten afnemen dan waar behoefte aan bestaat [Gerecht 28 januari 1999 (BIA), zaak T-15/96, ro 71 en 76]
  • een duurovereenkomst met een te lange duur [Gerecht 13 februari 2012 (Budapesti Erőmű Zrt) gevoegde zaken T‑80/06 en T‑182/09, ro 79-89]

Bovenstaande lijst is niet uitputtend!

Bedacht dient te worden dat het doel van de maatregel niet relevant is. Er wordt uitsluitend naar de gevolgen gekeken. [HvJ EG 2 juli 1974 (Italiaanse textielindustrie) zaak 173/73, ro 13] De Europese Commissie neemt het doel wel bij mee bij de beoordeling onder artikel 107 lid 3 VWEU.

Begunstigde

Het is steeds van groot belang na te gaan wie daadwerkelijk de begunstigde van het voordeel is. Het kan zijn dat de geadresseerde van het voordeel het ontvangen voordeel doorgeeft. Een markant voorbeeld is de steun die de Nederlandse overheid gaf aan Nederlandse pomphouders in de grensstreek. Gebonden pomphouders gaven het ontvangen voordeel op basis van contractuele afspraken indirect door aan de oliemaatschappijen bij wie zij onder contract stonden. Dankzij de steun hoefden de oliemaatschappijen immers bepaalde uitgaven niet te doen [HvJ 13 juni 2002 (Pomphouder aan de grens) in zaak C-382/99, ro 66].

Infrastructuur

Met betrekking tot infrastructuur is het inmiddels vaste beschikkingenpraktijk van de Commissie dat op drie niveaus moet worden gecontroleerd of er sprake is van bevoordeling (i) de bouw (ii) de exploitatie en (iii) het gebruik. [Commissie EU 20 november 2013 (Vlaamse voetbalstadions) in staatssteunzaak SA.37109, ro 21] Deze praktijk is ingegeven door het befaamde Flughafen Leipzig Halle arrest [HvJ 19 december 2012 (Flughafen Leipzig Halle) in zaak C‑288/11, ro 43] en geldt inmiddels voor elke vorm van infrastructuur [Notitie Application of State aid rules to infrastructure investment projects]

Marktdeelnemer in een markteconomie (market economy operator)

Van een voordeel is géén sprake als de maatregel elders onder dezelfde voorwaarden op de markt verkregen kan worden. Indien de overheid op dezelfde wijze handelt als een commerciële onderneming, zijn de staatssteunregels niet van toepassing. [HvJ EG 5 juni 2012 (EDF) zaak C-124/10, ro 78] In het verleden werd dit de “market economy investor principle” (MEIP) test genoemd. Thans spreekt men over de “market economy operator” (MEO) test.

Diensten van algemeen economisch belang

De compensatie voor een dienst van algemeen economisch belang (DAEB) levert géén voordeel op als aan alle zogenaamde Altmark-criteria wordt voldaan:

  1. de begunstigde onderneming moet ten tijde van de compensatie daadwerkelijk belast zijn geweest met de uitvoering van openbare dienstverplichtingen en die verplichtingen moeten duidelijk zijn afgebakend;
  2. de criteria op basis waarvan de compensatie wordt berekend, moeten vooraf op objectieve en doorzichtige wijze zijn vastgesteld;
  3. de compensatie mag niet hoger zijn dan nodig is om de kosten van de uitvoering van openbare dienstverplichtingen geheel of gedeeltelijk te dekken, rekening houdend met de opbrengsten alsmede met een redelijke winst uit de uitvoering van die verplichtingen;
  4. wanneer de met de uitvoering van openbare dienstverplichtingen te belasten onderneming in een concreet geval niet wordt gekozen in het kader van een openbare aanbesteding moet de noodzakelijke compensatie worden vastgesteld aan de hand van de kosten die een gemiddelde, goed beheerde onderneming, belast met een openbare dienstverplichting, zou hebben gemaakt om deze verplichtingen uit te voeren, rekening houdend met de opbrengsten alsmede met een redelijke winst uit de uitoefening van deze verplichtingen.

[HvJ EG 24 juli 2003 (Altmark) zaak C-280/00, ro 88-94]

De begunstigde moet overigens wel zijn belast met de uitvoering van een DAEB. De wijze waarop dit gebeurt is vormvrij [Commissie EU 29 mei 2017 (Jugendherberge Berlin Ostkreuz) in staatssteunzaak  SA.43145, randnr. 71]

Verder lezen: